Introductie
In de zaak tussen Denise en het autobedrijf draaide het om een miskoop van een auto. Na aankoop bleek de auto allerlei mankementen te hebben, wat Denise op kosten joeg. Het autobedrijf deed wel een poging om de problemen te verhelpen, maar tevergeefs. De auto bleef problemen vertonen.
Op dat moment besloot Denise de auto naar Garage Jacobs te brengen voor een uitgebreide diagnose die leidde tot een grondige opknapbeurt. De reparaties liepen in de papieren, wat leidde tot een verhitte discussie over wie deze kosten zou dragen.
Het autobedrijf wilde niet meewerken en Denise wist niet hoe ze dit op moest lossen. Ze is toen gaan zoeken op internet en uiteindelijk terechtgekomen bij de Stichting Wettelijke Garantie. Deze heeft haar doorverwezen naar een advocaat gespecialiseerd in dit soort autozaken.
De kantonrechter
De kantonrechter in Almere deed op 17 augustus 2022 een uitspraak in deze zaak, maar beide partijen waren niet tevreden. Daarom werd de zaak voorgelegd aan het hof, die het vonnis van de kantonrechter uiteindelijk vernietigde.
De argumenten van beide partijen
Aan de ene kant vond het autobedrijf dat de kosten van de reparatie te hoog waren. Het had volgens hen goedkoper gekund, bijvoorbeeld door de motor te vervangen. Daarnaast betoogde het autobedrijf dat de kosten van de reparatie niet in verhouding stonden tot de aankoopprijs van de auto.
Maar Denise was het hier niet mee eens. Zij vond dat het autobedrijf verantwoordelijk was voor de tekortkomingen van de auto en dus ook de reparatiekosten moest vergoeden. De advocaat die ze van de stichting toegewezen had gekregen verzekerde haar dat ze in haar recht stond en heeft haar gedurende de volledige procedure bijgestaan.
De uitspraak van het Hof
Het hof was het eens met Denise en haar advocaat. De argumenten van het autobedrijf hielden geen stand. Zonder overtuigend bewijs vond het hof het onredelijk om van Denise te verwachten dat zij de goedkoopste oplossing voor het probleem zou kiezen.
Daarnaast wees het hof de redenering van het autobedrijf over de verhouding tussen de reparatiekosten en de aankoopprijs van de auto af. Het belangrijkste was dat de auto niet naar behoren functioneerde en dat Denise daar niet zelf voor had gekozen.
Verder vroeg Denise om vergoeding voor verschillende kostenposten. Zo moest ze een vervangende auto huren en treinkaartjes kopen vanwege de problemen met de auto. Ook deze kosten werden toegekend door het hof.
Het eindoordeel
Uiteindelijk werd het autobedrijf veroordeeld om aan Denise een totaalbedrag van € 13.871,06 te betalen. Dit bedrag bestond uit de reparatiekosten en de kosten voor vervangend vervoer. Daarnaast kwamen er nog € 903,71 aan buitengerechtelijke kosten bij.
Ook moest het autobedrijf de proceskosten betalen. Een flinke kostenpost, want de totale kosten van de procedure bij zowel de kantonrechter als het hof liepen op tot ruim € 4.200,-.
Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat het autobedrijf niet kan wachten op een eventueel hoger beroep of cassatie, maar direct moet beginnen met betalen.
Case Study: BMW 7 serie met motorstoring